Warning: Use of undefined constant ddsg_language - assumed 'ddsg_language' (this will throw an Error in a future version of PHP) in /srv/psa02/leaufort.nl/httpdocs/wp-content/plugins/sitemap-generator/sitemap-generator.php on line 45 Succesvolle gedragsverandering: hoe werkt dat? - Leaufort Terug naar boven

Succesvolle gedragsverandering: hoe werkt dat?

Terug naar Nieuws

Na een functioneringsgesprek, een training, een inspiratie- of strategie sessie van het management…

Dat zijn vaak de momenten waarop medewerkers zich voornemen hun gedrag te veranderen of wordt dit verwacht van de organisatie. In de praktijk blijkt dit toch lastig te zijn door bijvoorbeeld tijdgebrek, weerstand, het vertrouwde ‘oude’ gedrag of niet weten hoe je je gedrag kunt aanpassen. Niet voor niets wordt 70% van de mislukte veranderprojecten voor 80% verklaard door gedrag van medewerkers van de organisatie. Hoe kunt u ervoor zorgen dat de voornemens voor verandering ook daadwerkelijk worden omgezet in het gewenste gedrag?

 

De Theory of Planned Behaviour

Deze wereldwijd bekende theorie van Fishbein en Ajzen (1975) gaat over gedragsverandering. In het bedrijfsleven is de theorie minder bekend. Volgens het onderzoek zijn er drie factoren die de intentie om het gedrag tot uitvoering te brengen, beïnvloeden. Deze bestaan uit attitude, sociale norm en waargenomen gedragscontrole:

De attitude: Dit gaat over de houding of mening die we zelf hebben over een bepaald gedrag. Bijvoorbeeld dat een werknemers zijn dagindeling niet meer wil laten bepalen door de mailbox omdat hij het belangrijk vindt om zijn eigen planning te volgen.

De sociale norm: Dit zijn de overtuigingen van anderen over dat gedrag. Als de meeste collega’s ook niet dezelfde dag reageren op hun e-mails, zal men dat zelf ook minder snel doen.

De waargenomen gedragscontrole: Acht de werknemer zich in staat om bepaald gedrag ook in de praktijk te kunnen brengen? Als hij de perceptie heeft dat bijvoorbeeld discipline nodig is om zich aan de eigen planning te houden en diegene weet van zichzelf dat hij deze eigenschap bezit, dan is de kans groter dat hij dit gedrag in de praktijk zal brengen.

 

Wat draagt bij aan het behalen van het gewenste gedrag?

Fishbein en Ajzen geven aan dat de intentie van het gedrag, beïnvloed door bovenstaande factoren, de uiteindelijke voorspeller is van het gedrag zelf. De vraag is dan nu, hoe zijn de gedragsintenties om te zetten in het gedrag? Gollwitzer (1991) heeft daar onderzoek naar gedaan. Twee zaken dragen bij aan het behalen van het gewenste gedrag:

1. De eerste daarvan is de bekendmaking van de intenties aan een publiek. Bijvoorbeeld door de intenties te bespreken met de leidinggevende of directe collega’s. Als andere mensen aangeven dat ze het geplande gedrag hebben gezien, dan voelt men zich completer. Aan de andere kant komt het gevoel van falen als het doel niet wordt bereikt.

2. Een tweede succesfactor is om het geplande gedrag (het hoofddoel) te vertalen in actiegerichte handelingen (de subdoelen). Dit kan door duidelijk te specificeren wanneer, waar en hoe bepaalde acties gedaan moeten worden. Wanneer het voornemen is om nauwkeuriger te werken (hoofddoel), vertaal dit dan naar acties zoals: de notulen die ik iedere maandag schrijf voor het management laat ik eerst door een collega checken op inconsistenties en taalfouten, voordat ik het naar de managementleden stuur (subdoel).

 

Twee stappen voor gedragsverandering

Kortom, voor het succesvol veranderen van gedrag zijn er twee stappen die gevolgd dienen te worden:

Stap 1: Analyse, beantwoord de volgende vragen:
– Waar leidt dit gedrag toe?
– Wat vinden anderen van dit gedrag?
– Kan ik dit ook echt?

Stap 2: Vertaling naar de praktijk:
– De omgeving betrekken bij de plannen.
– Actiegerichte handelingen formuleren die in de dagelijkse praktijk toepasbaar zijn.

 

 

Bronnen:

Fishbein, M., & Ajzen, I.(1975). Belief, attitude, intention, and behavior: an introduction to theory and research. Reading, MA: Addison-Wesley.

Goldwitzer, P.M. (1991). Implementation intentions: strong effects of simple plans. American Psychologist, 54, 493-503.